Je zit in een meeting en het voorstelrondje komt langzaam dichterbij. Er zijn nog drie mensen voor je. Dan nog twee. En terwijl iemand tegenover je rustig vertelt hoe het gaat op kantoor in Breda, merk je dat je intern nog maar met één ding bezig bent: ik ben bijna aan de beurt en alsjeblieft, niet blozen. Je krijgt het woord en BAM. Je bloost als nooit tevoren.
Ik kan dit heel goed. Blozen. Bijna op professioneel niveau. Soms is voor mij de gedachte al genoeg ‘wat zou het raar zijn als ik nu ineens zou blozen’. Hopsakee. De hitte kruipt omhoog en ik voel het bloed naar mijn hoofd stijgen. Soms zie ik dat mijn gesprekspartner ongemakkelijk wordt van mijn blozen. Alsof ze tijdens het moment willen laten weten dat het oke is en dat ze het me niet kwalijk nemen dat al het bloed in mijn lichaam naar mijn hoofd schiet. Lief natuurlijk. Thuis heb ik twee kinderen die graag zo eerlijk mogelijk tegen mij zijn. En die eerlijkheid brengt me terug naar vroeger waarin ik bloosde in de klas en mijn medeleerlingen riepen: “Oh, je bent helemaal rood!”
Fijn dat de geschiedenis zich herhaalt en mijn eigen kinderen wekelijks deze zin om mijn oren gooien. Yep…ik bloos weer, of sterker nog. Ik word zo rood als een tomaat. Dank je wel dat het even noemt tijdens deze verjaardag met de huiskamer vol. Dit helpt enorm….
Jarenlang dacht ik hier van alles over. Dat ik te gevoelig was, te ongemakkelijk, te onzeker of te snel gespannen. Blozen voelde als iets dat ik onder controle moest krijgen. Iets wat niet mocht gebeuren, omdat het zichtbaar maakte dat ik me blijkbaar niet helemaal op mijn gemak voelde.
Totdat ik enorm moest blozen toen ik het woord kreeg van mijn docent tijdens mijn Ayurveda-opleiding. Ik vertelde over de onbalans die ik ervaarde en richtte mij met name op mijn kapha dosha die uit balans was. Zij luisterde lief en geduldig en reageerde op het verhaal over de kapha dosha. Ze sloot af en zei: “Maar ik zie dat je ook erg veel hitte in je systeem hebt.”
Wauw. Direct ontspande ik. Ik vond dat zo’n mooie insteek. Het ging niet meer over de vraag wat er mis met mij was. Het ging over een lichaam dat op dat moment veel warmte liet zien. Over een systeem dat reageerde met veel hitte. Niet over een ongemakkelijke situatie die ik beter onder controle moest krijgen.
Binnen Ayurveda werken we met de drie dosha’s: vata, pitta en kapha. Pitta is verbonden aan vuur en transformatie. Wanneer pitta uit balans is, kun je dat soms merken aan warmte, roodheid, een sterke drive om het goed te doen, sneller geïrriteerd raken of het gevoel dat je voortdurend aan staat.
Dat betekent dus niet dat het blozen direct opgelost of hoeft te worden. Het betekent dat het lichaam via dit signaal aan mij laat zien dat er teveel hitte is en dat het koeling nodig heeft. Het is slechts een signaal om een groter verhaal te vertellen. De hitte in het systeem is wat aandacht vraagt, het blozen is dus niet het probleem dat moet worden opgelost. Maar door de hitte aan te pakken, zal vanzelf het blozen minder worden.
Dat voelt voor mij zachter. Ruimer. Minder veroordelend.
En dat is misschien wel precies waarom ik zo van Ayurveda houd. Ayurveda kijkt niet alleen naar een symptoom, maar naar het verhaal eronder. Naar wat jouw lichaam probeert te vertellen, in plaats van naar wat jij verkeerd doet. Dat betekent niet dat Ayurveda altijd makkelijk is. Soms vraagt het juist om aandacht, tijd en de bereidheid om iets uit te proberen. Om te voelen wat wel werkt en wat niet. Het is geen snelle oplossing waarbij je één ding verandert en alles daarna vanzelf goed gaat.
Soms helpt iets direct. Soms merk je nauwelijks verschil. Misschien past die aanpak op dat moment niet bij jouw systeem. Misschien vraagt je lichaam iets anders. Misschien heeft het meer tijd nodig. Of misschien zit er zoveel spanning in het lichaam dat het eerst weer wat ruimte nodig heeft om te kunnen reageren.
Voor mij is dat de kracht van Ayurveda: dat je niet meteen oorlog hoeft te voeren met wat je lichaam laat zien. Je mag eerst kijken. Met nieuwsgierigheid, met zachtheid en misschien zelfs met een beetje verwondering.
En ja, ik bloos nog steeds. Maar ik zie het inmiddels niet meer als bewijs dat er iets mis is met mij. Eerder als een klein, zichtbaar signaal van een lichaam dat reageert. Alleen al die andere blik maakt veel verschil.