Er zijn van die momenten waarop je het ineens helemaal helder hebt. Je staat voor de spiegel, voelt je moe, merkt dat je buik onrustig is of dat je hoofd alweer dagen overloopt. En dan denk je: vanaf morgen ga ik het anders doen. Gezonder eten. Meer bewegen. Minder wijn. Eerder naar bed. Niet meer zo lang achter mijn laptop. Gewoon weer even grip krijgen.
Er komt een nieuw plan, een lijstje, een duidelijke afspraak met jezelf. En ergens geeft dat ook even rust, omdat het voelt alsof je weer iets in handen hebt. Als ik dit maar goed genoeg aanpak, dan komt het vanzelf weer goed.
Maar vaak duurt het niet lang voordat het oude patroon zich opnieuw aandient. Je bent moe en grijpt toch naar iets zoets. Je had jezelf voorgenomen om op tijd naar bed te gaan, maar voor je het weet zit je nog op de bank met je telefoon in je hand. Je weet dat je eigenlijk rust nodig hebt, maar besluit toch nog even door te werken. En daarna komt vaak die irritatie. Waarom doe ik dit nou weer? Ik weet toch wat goed voor me is?
Dat is een vraag die veel mensen zichzelf stellen. En meestal zit het antwoord niet in een gebrek aan discipline of wilskracht. We weten vaak best goed wat ons zou helpen. Alleen is weten iets anders dan kunnen voelen wat er op dat moment werkelijk nodig is.
Vanuit Ayurveda wordt daar niet met oordeel naar gekeken. Ayurveda vraagt niet waarom je het niet gewoon beter doet. Het kijkt naar wat er in jouw systeem gebeurt. Wanneer je lichaam voortdurend “aan” staat, wanneer je hoofd maar blijft draaien of wanneer je steeds opnieuw naar controle zoekt, dan probeert je lichaam je meestal niet dwars te zitten. Het geeft signalen. Niet om je lastig te vallen, maar omdat het iets nodig heeft.

Binnen Ayurveda kijken we daarbij naar de dosha’s: vata, pitta en kapha. Niet als een etiket dat vertelt wie je bent, maar als een manier om te begrijpen wat er op dat moment in jou uit balans kan zijn geraakt.
Wanneer vata uit balans raakt, merk je dat vaak aan onrust. Je hoofd gaat alle kanten op, je slaapt minder goed, je bent sneller overprikkeld en het lukt maar niet om te landen. Juist dan kan een nieuw plan heel aantrekkelijk voelen. Want plannen geven even houvast. Maar misschien vraagt je lichaam op dat moment niet om nóg meer overzicht en controle. Misschien vraagt het om warmte, regelmaat, rust en iets minder prikkels.
Wanneer pitta uit balans raakt, kan de behoefte om het goed te doen juist heel groot worden. Je wilt door, je wilt resultaat zien en je kunt streng worden voor jezelf wanneer dat niet lukt. Misschien raak je sneller geïrriteerd, voel je veel druk of merk je dat je lichaam warmer wordt en je hoofd maar blijft zoeken naar de beste oplossing. Vanuit pitta kun je jezelf dan steeds opnieuw vertellen dat je gewoon harder je best moet doen. Maar misschien heeft jouw vuur niet meer brandstof nodig. Misschien heeft het juist wat verkoeling nodig. Minder haast. Minder perfectionisme. Meer ruimte om niet alles te hoeven beheersen.
En wanneer Kapha uit balans raakt, kan alles zwaar voelen. Je weet best dat bewegen of anders eten je misschien goed zou doen, maar je komt niet op gang. Je voelt je moe, traag of alsof je vastzit in een patroon waar je niet meer goed uitkomt. Dan is het makkelijk om daar streng over te worden en jezelf lui of ongemotiveerd te noemen. Maar Ayurveda kijkt ook daar anders naar. Misschien is jouw systeem niet lui, maar voelt het alsof je vastzit in zwaarte. Het heeft tijd nodig om weer in beweging te komen. Niet door jezelf hard vooruit te duwen, maar door iets toe te voegen wat lichtheid, warmte en beweging brengt.
En vaak is het niet één dosha die uit balans is. Je kunt bijvoorbeeld heel veel vata-onrust voelen, terwijl kapha je tegelijkertijd zwaar en vast laat voelen. Of je merkt dat Pitta je steeds harder laat werken, terwijl je lichaam eigenlijk al lang om rust vraagt. Juist daarom is Ayurveda geen snel antwoord. Het is een uitnodiging om te kijken. Wat gebeurt er eigenlijk in mij? En wat heeft mijn lichaam nu werkelijk nodig?
Want als je echt even stilstaat, komt er soms meer omhoog dan je had verwacht. Niet alleen het besef dat je moe bent, maar ook de spanning die al dagen in je schouders zit. De onrust in je buik. Het verdriet waar je eigenlijk geen tijd voor hebt gehad. De druk die je jezelf oplegt. Of dat gevoel dat je al zo lang doorgaat, dat je niet eens meer weet hoe het is om werkelijk uit te rusten.
Dan is het soms makkelijker om weer iets te gaan doen. Om een nieuw plan te maken, iets te eten, te sporten, te werken of jezelf af te leiden. Niet omdat je niet beter weet, maar omdat voelen best veel kan zijn. Zeker wanneer je al lange tijd gewend bent om door te gaan. Maar het betekent eigenlijk juist niet dat je vanaf morgen alles moet omgooien.
Grote plannen en strenge regels brengen je vaak opnieuw in dezelfde stand van controle en doorgaan. Soms begint verandering veel kleiner. Door een moment te nemen voordat je automatisch weer naar de volgende taak grijpt. Door jezelf af te vragen: wat voel ik nu eigenlijk? En wat heb ik op dit moment nodig?
Juist datgene wat je het moeilijkst vindt om te veranderen, vraagt vaak niet om strengere regels, maar om iets wat je jezelf eerst mag gunnen. Straf jezelf niet direct door met jezelf af te spreken dat je morgen ineens dat hele hardnekkige patroon los moet laten. Wat er dan vaak gebeurd is dat je systeem onveiligheid voelt en in een stand van beschermen of strijden gaat.
Het helpt om vanuit de dosha’s naar het gedrag te kijken. De waarneming kan dan verschuiven van ‘ik doe iets niet goed en dat moet stoppen’, naar ‘ik heb iets anders nodig om balans te ervaren’.
Neig je naar snaaien als je verdrietig of moe bent? Misschien merk je dan dat kapha-zwaarte meespeelt: een behoefte aan troost, comfort of iets dat je even vult. Kijk daar eerst met mildheid naar, zonder jezelf direct iets te verbieden. Voeg vervolgens iets toe aan je ritme dat je wél helpt. Ga bijvoorbeeld wat vaker wandelen of drink, voordat je die zak chips opent, eerst een glas heet water en wacht een kwartier. Heb je daarna nog zin in chips? Eet ze dan bewust en geniet ervan!
Blijf je maar tot laat in de avond doorwerken? Misschien staat je pitta-vuur hoog en blijft de behoefte om door te gaan, af te maken en resultaat te zien actief. Wees daar niet streng over. Juist die strengheid maakt verandering vaak moeilijker. Kijk liever of je de werkdrive rustig kunt verschuiven van de avond naar de ochtend. Bouw dat stap voor stap op, zodat het afbouwen in de avond vanzelf meer ruimte krijgt.
En blijft je hoofd maar alle kanten op gaan en lukt het niet om al die fantastische ideeën tot uiting te brengen? Dan kan vata veel ruimte innemen. Laat even los wat je wilt en wat niet lukt. Ruim iets kleins op, bijvoorbeeld een keukenla. Vaak ontstaat er dan al wat meer rust in je hoofd. In plaats van meteen een plan te maken voor welk idee je als eerste gaat uitvoeren, mag je ook even niets doen. Smeer jezelf ’s avonds in met olie, doe voor het slapen een yoga nidra en eet warm en voedend. Na een paar dagen kan er vanuit die rust weer meer helderheid ontstaan.
We bewegen niet vanuit regels die we onszelf opleggen. We bewegen juist vanuit rust. Dat wat je zou moeten doen, is ook vaak hetgeen waar de meeste lading op ligt. Dus daar beginnen, werkt eigenlijk bijna nooit. Je komt daar vanzelf als je het los durft te laten en de basis in zelfzorg gaat aanpakken. Je gaat dus nergens resoluut mee stoppen, maar juist iets moois toevoegen. Daar zit veel meer liefde in en zachtheid naar jezelf. Daarmee geef je je systeem het signaal dat verandering niet gevaarlijk hoeft te zijn. Dat het veilig is om stap voor stap weer in beweging te komen.
Voor mij zit daar iets heel liefdevols in: toevoegen in plaats van jezelf iets verbieden. Een milde beweging in gang brengen, in vertrouwen dat datgene wat je niet meer dient vanzelf minder belangrijk wordt.